Samenwerkingsverbanden

Met plaatsgenoot Mareike Vendel deel ik de interesse voor de gezondheidsaspecten van de natuur om ons heen. Mareike heeft de opleiding tot herboriste gevolgd en schrijft artikelen over haar kennis en bevindingen op deze pagina.


Email: mmvendel@yahoo.com

 

 

Om de stadslandbouw in Almere op de kaart te zetten heb ik mij als moestuinierder van de Buitenvaart aangesloten bij Coörporatie Oosterwold. Dit is een samenwerking van bewoners van het stadsdeel Almere Oosterwold en dus nu ook de Buitenvaart voor het telen van voedsel voor de lokale bevolking. 

 

 

 Lees hier meer over hoe de stadslandbouw tot stand gekomen is.

 

Ook ben ik aangesloten bij de  Burger Boerderij Oosterwold.

Een belangrijke speler op het gebied van voedsel, natuur en gezondheid.

 

Elke zaterdag tussen 10:00-14:00 kun je hier als particulier terecht voor boerderij producten zoals zuivel, vlees, sappen en meer. Alles lokaal en duurzaam geteeld.

 

Zelf je verse melk tappen kan hier!

 

 

 

Verkoop vaste planten (o.a. aardbeien en munt) op de donderdagweekmarkt in Almere Buiten.

Wildplukken

Naast het (moes) tuinieren ben ik ook zeer geïnteresseerd in wat de natuur om mij heen te bieden heeft. Vroeger wisten mensen veel beter welke planten geschikt waren voor consumptie. Door de toenemende welvaart  en beschikbaarheid van groentes uit de hele wereld is deze kennis naar de achtergrond verdwenen. 

 

Dit is een gemis omdat we hierdoor het gezondheidsvoordeel mislopen van alles wat er om ons heen voorhanden is. 

Denk aan alle vitamines, mineralen en sporenelementen die zich in in de eetbare planten bevinden en die het lichaam nodig heeft om optimaal te functioneren. De natuurlijke apotheek bevindt zich direct in onze omgeving. 

 

 Wist je bijvoorbeeld dat door het kauwen op een wilgentakje je hoofdpijn vermindert en de pijn verdwijnt?

  

Met  plaatsgenoot  Mareike Vendel (herboriste) ben ik een mooie samenwerking aangegaan. Ze deelt op deze pagina 

haar kennis en ervaring met ons.

 

Lees, word geïnspireerd en trek erop uit!

 

Hou daarbij  rekening met de regels van het wildplukken.

 

Eetbare natuur is in de eerste plaats de voorraadschuur van de dieren dus pluk of raap met mate. 

  1. Pluk alleen in gebieden waar je mag komen.
  2. Weet wat je plukt, heb kennis van zaken.
  3. Verstoor de omgeving niet, gedraag je als gast. Laat geen sporen na.
  4. Pluk een klein deel en zorg dat de soort blijft bestaan.
  5. Je bent niet alleen, dus laat wat over voor een ander (dier & mens).

 

 

Artikelen herboriste Mareike Vendel


Zeepzieden

Almere, maart 2024

 

Wel eens overwogen zelf je zeep te maken, die dan gebruikt kan worden in het huishouden, bij de lichaamsverzorging en als alternatief wasmiddel? Waar je anders talloze plastic verpakkingen bij nodig hebt? En waar je ook nog de wilde planten bij kunt gebruiken?

 

Het woord zeepzieden is lang geleden ontstaan toen het maken van zeep gedaan werd met het langdurig koken (zieden) van houtskool, oliën, vetten en water. Vetten en water vermengen zich niet, daar had je houtskool (potas) bij nodig. En met langdurig koken - om saponificatie mogelijk te maken - werd ook echt langdurig bedoeld: het proces van het roeren en koken mocht niet onderbroken worden, dat kon dagen duren.

 

Daar potas een niet altijd eenduidig eindproduct was - er was nogal verschil tussen gebruikte houtsoort, de duur van het as maken, de temperatuur van het vuur, etc - ontdekte men in de 19de eeuw dat natriumhydroxide (een loog) zich hier ook uitstekend voor leende en dit was een veel stabieler product en daardoor werd het gehele proces aanzienlijk bekort.

 

De industrie nam het over en zeep kon goedkoper, maar ook “vervuilder” worden gemaakt. Synthetische toevoegingen zoals kleuren en geurstoffen deden hun intrede en ook werd de natuurlijke glycerine uit het eindproduct geëxtraheerd om weer in de cosmetica-industrie gebruikt te worden.

 

De Amerikaanse Jan Berry heeft als the Nerdy Farmwife een website gemaakt waarop ze veel door haar uitgedachte en beproefde recepten voor het maken van zeep publiceerde met een uitstekend gevoerde documentatie. Lees je op haar website dan verdwijnt je terughoudendheid om met loog te werken. Mij heeft ze in ieder geval mateloos geïnspireerd en ik stond op het punt een zeepimperium op te zetten. Ik gebruikte wilde gedroogde planten om te laten trekken in de verschillende oliën of om ze te laten trekken in water of hydrosols.

 

Toen veranderde de wetgeving op zelfgemaakte cosmetische producten waar zeep ook onder viel. Elke batch die je maakte moest goedgekeurd worden in een erkend laboratorium en elke keer als je er iets aan veranderde moest dat weer opnieuw aangevraagd worden. Ook mocht je het niet meer in je eigen keuken maken en die twee dingen waren nu net het leukste. Voor een imperium maak ik nu geen zeep meer, wel voor eigen gebruik.

 

Ik heb er een aantal toepassingen voor. De blokken zeep gebruik ik om mezelf te wassen, inclusief mijn haar. De kleine reststukjes gebruik ik om samen met soda wasmiddel voor in de wasmachine te maken. Een deel van de stukken gaat in de zeepklopper die ik gebruik voor het afwaswater. En je hebt zo altijd een leuk cadeautje in huis voor die momenten waarop je iemand een beetje blij wilt maken.

 

De website van Jan Berry is www.thenerdyfarmwife.com en ook in Nederland bestaat een immer groeiende groep van zeepzieders waar www.zeepzus.nl degene is die ook cursussen geeft. 


Balans

Almere, oktober 2023

 

De “winterplanken” weer vol en zoals elk jaar ook dit jaar weer de overweging om toch eens wat meer planken ter beschikking te

hebben. De gulheid van de natuur en de toenemende kennis over de planten en hoe ze ons mensen van nut kunnen zijn zonder

kolonialistisch gedrag te vertonen (niet steeds maar meer, meer, meer willen hebben) nemen elk jaar toe.

Daar hoort bij ook af en toe stappen terug te zetten en te overzien hoe het was in de afgelopen tijd. Wat is er aan kennis en weten bijgekomen en waarom en wat is er niet bruikbaar of haalbaar gebleken en waarom?

 

En daar lenen zich de wintermaanden prima voor. Je gaat al minder naar buiten, er groeit en bloeit minder. Je kunt je richten op de wortels van diverse planten, maar daar heb ik altijd moeite mee gehad nu ik geen eigen tuin meer heb, het komt mij over als een impertinente daad, een belediging bijna. De belangstelling voor planten in het algemeen en wilde kruiden in het bijzonder is enorm toegenomen. Een beetje een tijdschrift heeft al gauw een column waar veel kennis wordt gedeeld. Ook op de

nieuwe sociale media ontstaan groepen belangstellenden die elkaar op de hoogte willen houden en waar ook vragen gesteld

kunnen worden.

 

Maar ik bespeur ook een allopathische willen weten op een toch hoofdzakelijk holistisch terrein. Welk kruid helpt bij dit en welk bij dat en dat is de symptomatische behandeling die we al zo goed in de reguliere benadering kennen. Groen en duurzaam zijn sleutelwoorden van onze tijd geworden. Het lijkt soms of je je niet meer hoeft te verdiepen in de diepere betekenis als je deze woorden maar gebruikt. Dan is het vanzelf en meteen al goed. Ook hier is een kritische blik nodig want juist ook

hier wordt censuur en zelfcensuur toegepast.

 

In de loop van het voorjaar en de zomer verzamel ik ook op papier feiten en kennis en die vragen in de stille wintermaanden om

verdieping en begrip, een weten. Ik bespeur verschil in willen weten omdat je hebt toegezegd een stukje te willen schrijven of een willen weten vanuit een diepgevoelde behoefte over meer kennis te willen beschikken. Weten is wat anders dan op de hoogte zijn. Het grotere geheel en zijn samenhang tegenover een lijst met feiten en de versnippering. Het is een tegengestelde beweging: van binnen naar buiten of van buiten naar binnen. 

 

Ook daar gebruik ik graag de wintermaanden voor en denk ik daarbij aan het prachtige kinderboek “De wind in de wilgen” (1908)

van Kenneth Grahame. Waarbij ik me vooral vereenzelvig met Das, die zich in de winter verschanst in zijn hol wanneer de sneeuw zijn voordeur geheel bedekt zodat hij wel binnen moet blijven. Maar hij heeft zijn stapels boeken, zijn goed gevulde voorraadkamer en de sporadische bezoekjes van zijn vrienden, hoewel het meestal ellende betekent als zij zich in dit jaargetijde bij hem melden. 

 

Balans en wat is daarin de juiste verhouding. Zodat het antwoord daarop het mogelijk maakt met nieuw elan en vuur aan een nieuw groei-jaar te beginnen. We sluiten het jaar af met een “bitter”, een elixer die onze binnenkant verwarmt en in voldoende mate de heilzame kracht van bitterstoffen in zich heeft. Nog even en na enkele nachten nachtvorst kunnen de sleedoornbessen gebruikt worden om een heerlijke likeur te maken. Eerder plukken kan ook, dan laat je ze 1 tot 2 weken in de vriezer liggen. Hierdoor zouden ze wat zoeter worden, maar.... slee betekent de tanden stroef makend en een volkse uitdrukking

is bitter, bitterder, sleedoorn. 

Recept:

Zoek de vruchten zorgvuldig uit en was ze. Doe er suiker naar smaak bij, ongeveer 100 gram op 1 liter wodka van 40%. Een uitgeschraapt vanillepeultje erbij. Of wat gemalen rozenbottelpitjes
(onze inheemse vanillesmaak leverancier).
Vul een pot/fles half met de sleedoornbessen en alle andere ingrediënten en overgiet met de wodka tot alles onder staat. Je laat

het 2 à 3 maanden staan op een donkere koele plaats. En af en toe omschudden.

 

Vele streekgebonden recepten zijn in omloop, varieer naar hartelust. 


Zeg je september, zeg je vlierbessen


 Almere, 11 september 2023

 

En vooral in Almere, je vindt ze in overvloed in de bossen om ons heen.
Alhoewel er de laatste jaren flink gekapt is, heel wat fietspaden in bijvoorbeeld het Kotterbos zijn (visueel) breder gemaakt door de bermen te ontdoen van makkelijk bereikbare vlierstuiken en -bomen.

 

Veelzijdige struik

Vlier (Sambucus nigra) is een van de weinige planten/struiken waar bijna alles van wordt gebruikt en dat al sinds duizenden jaren. Oude kruidenboeken zoals de Naturalis historia van de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere schrijven erover. Gebruikt als voedsel, als medicijn, als verfstof. Bij elke boerderij stond minstens één vlier, deze zou de kwade geesten verjagen, tegen heksen en de bliksem beschermen en de vliegen verjagen en weghouden.

 

Juiste soort

In Europa zijn vier soorten bekend en bij alle soorten zijn de bessen rauw in meer of mindere mate giftig, dat echter bij het koken van de bessen gedurende 20 minuten verdwijnt. Zoals bij de Peterselievlier en de Trosvlier. Dit geldt weer niet voor de Kruidvlier en de Bergvlier, deze blijven giftig, maar de eerste is vrij zeldzaam - de Sambucus edulus - en de tweede - Sambucus racemosa - komt in onze Lage Landen nauwelijks voor. Het zaad in de vlierbes bevat cyanide, net als in de pitten van oa steenvruchten en appels - ook wel blauwzuur genoemd, maar je moet er wel heel veel van eten wil je erdoor vergiftigd worden. Maak deze pitjes voor de zekerheid maar niet open. Knip ook zoveel mogelijk steel weg als je de bessen gaat verwerken tot jam (rissen met een vork gaat het best) of sap in de stoom-ontsapper.

 

Vlierbloesem lekkers

Vlier begint in het voorjaar met prachtige, heerlijk geurende en vol met stuifmeel zittende bloemschermen. Was deze schermen niet, je spoelt al het gezonde stuifmeel dan weg. Geef wel wat tijd aan de kleine beestjes om deze paradijselijke plek te kunnen verlaten. Hierin zit natuurlijke gist, waardoor je er met wat citroenschijfjes heerlijke licht alcoholische vlierchampagne van kunt maken. Zie ook de gulle aarde.blogspot.  Ook worden de niet gewassen bloemschermen in een beslagje gedompeld om te frituren of gemengd door pannenkoekbeslag. Van de bessen maakt men een cordial, likeur of bitter, dit zijn hartversterkertjes op basis van alcohol. En een azijn, een oxymel, een siroop, een tinctuur.

 

Meer toepassingen

De bessen gedroogd zijn een aanvulling in de winterthee. Het hout van de vlier is zeer geschikt om te verbranden tot er kooltjes van over zijn. Deze houtskool werd oa gebruikt bij het zeep maken, het zeep zieden. De wat oudere takken zijn hol van binnen en tot in het midden van de 20ste eeuw werden deze - nog verder uitgehold - door kinderen gebruikt als blaaspijpjes om er gekauwd papier mee weg te schieten. Naar de onderwijzer voor in de klas? Ook flierefluiters konden er mee overweg. Wat was er eerder: de vlier om een fluitje van te maken of de flierefluiter oftewel de levensgenieter? Vlier werd gezien als een volksmedicijn vanwege zijn vele toepassingen van bijna alle onderdelen. Van de bladeren kan een zalf worden gemaakt die uitkomst biedt bij kneuzingen en winterhanden. De bloesems doen goed werk bij verkoudheden en griep, maw aandoeningen van de bovenste luchtwegen. De bessen bevatten een stof die griepvirussen belemmeren het lichaam binnen te dringen. Er zijn heel veel streekgebonden benamingen in omloop, waardoor je al de conclusie kunt trekken dat de vlier van grote betekenis is geweest en men onafhankelijk van elkaar de waarde van een plant erkende en herkende.

 

 

 

Regen

Almere, 14 augustus 2023

 

Voor veel mensen heeft regen een negatieve klank: nu kun je niet dit en je kunt niet dat. Het weerhoudt je van je gemaakte plannen en je wilde zo graag... Er zijn ook mensen die dit heel anders zien. Regen wordt verwelkomd, niet alleen omdat het goed voor de natuur is en de wilde (zonder bemoeienis van mensen) flora en fauna ervan afhankelijk is. Maar ook omdat er mensen zijn met een hitte-intolerantie die met dit weertype geen of minder last hebben van huiduitslag, ontstekingen of zonnebrand, etc.  Maar er is meer.

 

Regen kan een magische macht zijn met een rustgevend en kalmerend effect. Het zorgt voor een sensorisch genoegen op het voelen, het horen, het ruiken en het zien. 

 

  • Het voelen: de zachte en koesterende aanraking van motregen bijvoorbeeld of de bevestigende en overtuigende aanraking van een wat hardere regenbui en het instinctieve weten dat je weet wat je moet doen als de regen jaagt en je zelfs kan pijnigen. En ja, je wordt nat en het zijn in feite alleen je natte kleren die je afleiden van een optimale regenervaring. 
  • Het horen: vallende regen wordt zelfs op muziekdragers gezet zodat de echte liefhebber zich op een ongegeneerd zonnige dag kan terugtrekken en zich verkwikt en geconcentreerder kan werpen op zijn bezigheid.
  • Het ruiken: na een regenbui kun je een speciale geur ruiken en deze geur noemt men Petrichor. Misschien zelfs wel vergelijkbaar met die kleine flesjes etherische olie, een sterk geconcentreerde plantengeur. Deze regengeur roept vreugde en een vrijheidsgevoel op. Het zijn de straalzwammen of Actinobacteria die ervoor zorgen dat bepaalde elementen in een combinatie uit de aarde vrijkomen bij regen en door de lucht gaan zweven. Maar als het te hard regent worden deze deeltjes direct weer de aarde in gedrukt en duurt het langer voor je ze kunt ruiken. Ook als het niet regent en je in de tuin werkt komt er uit de aarde Geosmine vrij dat zorgt dat mensen tuinieren als ontspannend ervaren. Als je deze geur opsnuift verhoogt dit de aanwezigheid van serotonine en noradrenaline, de zgn geluksstofjes ook gebruikt in antidepressiva.

  • Het zien: een donkere, grijze en bewolkte hemel wordt als rustgevend ervaren en een gevoel van troost wordt beleefd. Hier is wel een tegenstelling met een onbewolkte blauwe hemel die als brutaal wordt ervaren, want zo dwingend aanwezig: geen ontsnappen mogelijk.

Geosmine en Petrichor worden geassocieerd met verandering, overgang en vernieuwing. In ieder geval door pluviofielen. Dat zijn mensen die van regen houden, maar niet om zich af te zetten tegen zonnige en mooie dagen. Maar veeleer om een andere kijk op regenachtige dagen te hebben. Zij voegen er juist iets aan toe: in een regenachtige dag valt iets te ontdekken wat in geen

enkel ander weer voorkomt. En dat is dat je je tevreden voelt in het nu en je een bepaalde kalmte ervaart zodat het leven op zijn grootst en tegelijk rustigst wordt ervaren. Regen helpt soms zelfs mee met het verkrijgen van een nieuw perspectief op het leven in het algemeen of met specifieke kwesties in het bijzonder. We hebben dus een bijzondere julimaand achter de rug waarin heel wat te genieten viel.

 

Diefstal na inbraak

Almere, 11 juni 2023

 

Diefstal na inbraak Dat noemen ze zo als je ergens naar binnen gaat zonder de officiële toegang te gebruiken en er daarna iets uit mee neemt. Dat is wat sommige insecten doen als ze een te korte tong hebben om helemaal tot aan het eind in de lange kelkvormige prachtige bloemen van de smeerwortel - de Symphytum officinale - te komen. Zij maken een opening aan de buitenkant van de onderkant aan de zijkant en kunnen op die manier bij het heerlijks komen dat daar op hen ligt te wachten.

 

Geneeskrachtig

Dat ‘officinale’ duidt er op dat het al honderden jaren gekend is als geneeskrachtige plant en in de apotheek (de officinale) te verkrijgen was. De smeerwortel - bedoel je het blad dan zeg je evengoed smeerwortelblad en heb je het over de wortel dan zou het strikt genomen smeerwortelwortel moeten zijn. Echter ben ik nog nooit iemand tegengekomen die dat ook zo zegt.

 

Toepassingen

De smeerwortel heeft vele toepassingen zoals gier voor in de tuin of de planten in je potten en het is uitstekend mulchmateriaal. Doordat de plant een diepe penwortel heeft kan ze moeiteloos mineralen van diep omhoog halen en zo de kwaliteit van de grond verbeteren. Verrijkt de compostering en is waardplant. Voer je het aan je koeien, vermeerdert dat de melkgift. En zowel blad als wortel zijn eetbaar, vooral in het voorjaar. Van het oudere blad wordt een geneeskrachtige thee gemaakt en de geschilde wortels (opgraven in de herfst) zijn lekker in de soep. Regelmatig knippen deert de plant niet, sommige soorten kunnen wel tot 3x terug komen in een seizoen. Er kan ook een gele verfstof uit gehaald worden.

 

Werkzame stof

De werkzame stof is allantoine, deze stimuleert de celdeling. Het aanwezige rozemarijnzuur is ontstekingswerend, de slijmstoffen zijn verzachtend en doen abcessen rijpen. De looistoffen trekken het weefsel samen en laten zo de wond verdwijnen. Maar de smeerwortel is ook deel van een controverse. Zet een aantal herboristen in één kamer en je zit voor je het weet op de eerste rij van een verhitte discussie. Iedereen lijkt wel een mening te hebben over de veiligheid van smeerwortel. Wat zijn de zorgen? Volgens onderzoek bevat de plant pyrrolizidine alkaloïden (pa’s) waarvan bekend is dat ze potentieel giftig zijn voor mensen omdat ze leverschade veroorzaken. Er zijn onderzoeken hiernaar gedaan, met dierproeven, maar de woorden ‘onderzoek’, ‘dierproeven’ geven niet persé een logische uitkomst. Hoe ethisch is het om ratten heel veel en gedurende lange tijd smeerwortelblad te laten eten en als die dan daardoor leverkanker ontwikkelen te zeggen dat het dus giftig is. Andersom ook niet. Onderzoek met klinische proeven bij mensen ontbreekt vooralsnog. Vast staat wel dat alle smeerwortelsoorten variërende hoeveelheden van verschillende types pa’s bevatten. In de Symphitus officinale het minst en minder in de bladeren dan in de wortels. Echter hebben mensen al duizenden jaren smeerwortel gebruikt en ook hier geldt de regel: slechts de dosis is giftig.

 

Zelf zalf maken

Van deze krachtige wondgenezer is eenvoudig zelf een zalf te maken. Algemeen gezegd zijn er vier groepen ingrediënten: De draagolie, de plant die daarin getrokken is, de gebruikte binder en verdikker en wel of niet het gebruik van essentiële oliën. Een algemeen recept is:

 

  • 100 ml olie,
  • 12 gram bijenwas
  • optioneel 10 druppels ess. olie.

 

Over elke groep is het nodige te zeggen en te schrijven en te weten en te kiezen. Ook zijn er nogal wat factoren om rekening mee te houden zoals:

 

  • houdbaarheid,
  • beschikbaarheid,
  • budget,
  • waar vandaan,
  • ecologisch verantwoorde productie.

 

Met andere woorden: er valt heel wat om over na te denken.

 

Werkwijze zalf maken:

 

  1. Snij een ruime hoeveelheid plantendelen klein (de gedroogde of halfverlepte bladeren en bloemen van smeerwortel).
  2. Zet ze onder de olie (olijfolie) en laat op een lichte plek, maar uit direct zonlicht 3 tot 4 weken staan. Geen deksel erop, maar afgedekt met een lapje kaasdoek.
  3. Daarna zeef je de olie door een stuk kaasdoek, voor de zalf heb je hier 100 ml van nodig.
  4. Je kunt dit ook mengen met andere olie, waar een ander kruid in is getrokken.

 

Deugt de combinatie? Als verbindingsmiddel kun je bijenwas (dierlijk), candelilla (plantaardig) of synthetische bijenwas gebruiken. Deze hebben alle een ander smeltpunt. Als regel kun je aanhouden: smelt de stof met het hoogste smeltpunt het eerst en ga voor de plantenolie niet hoger dan 30-40 graden verwarming om de helende stoffen in stand te houden. En als laatste de druppels essentiële (of etherische) olie. Op een zo laag mogelijke temperatuur maar nog voor dat het mengsel gaat stollen Roer alles steeds goed door en giet de nog vloeibare zalf in schoongemaakte potjes. Laat afkoelen met het deksel er nog af. Klaar voor gebruik! Deze zalf kan zeker een jaar houdbaar blijven. Een en ander is ook afhankelijk van de versheid van de gebruikte olie.

 

Tot slot, zalf kan ook gemaakt worden van de wortels van deze plant, of van alle drie de delen. En smeer deze zalf niet op een open wond. De werking is zo sterk dat er nog verontreiniging in achter zou kunnen blijven, terwijl de wond al dicht is. 



DE KONINGIN VAN DE PLANTENOLIEN: ST JANSKRUID OLIE

Almere, 15 mei 2023

 

Een groene plant met gele bloempjes die rode olie geeft. De blaadjes hebben gaatjes, lichtdoorlatende puntjes die je kunt zien als je het tegen het licht houdt. Vandaar de naam: perforatum. Het is Rosemary Gladstar die - in 1986 in het eerste van haar vele kruidenboeken - voor het eerst zei dat als je het niet kunt eten, je het ook niet op je huid moet smeren. En daarmee een periode-overgang markeerde van een tijd waarin veel gebaseerd was op petroleum zoals o.a. vaseline.

 

Bij melancholie en depressie

In onze tijd is er ook vanuit de onderzoekswetenschap veel belangstelling voor St Janskruid of Hypericum Perforatum. In de volksmond ook bekend als Jaag-de-duivel, genoemd naar de apostel Johannes, de Lichtbrenger op aarde. Het wordt dan ook vaak ingezet als een eerste remedie bij melancholie en depressie, dus voor mensen die een positieve verandering op deze planeet op gang willen brengen.

 

Huisapotheek

Allopathische medicatie en St janskruid beïnvloeden elkaar, dus niet tegelijk gebruiken. Ook ontstaat er na gebruik een lichtgevoeligheid waardoor je beter uit de zon kunt blijven. Wat Arnicazalf voor de spieren is, is St Janskruidolie voor de zenuwen. Net als Arnica is het een vast onderdeel van de huisapotheek, het is opgeslagen zonnewarmte in een flesje.

 

Zalf maken

Hier gaat het over olie, maar je kunt van deze olie ook zalf maken, voor wie niet zo gecharmeerd is van de vette olie. Hoewel je ook in plaats van olijfolie de minder vette amandelolie of jojobaolie als draagolie kunt gebruiken. In het algemeen versterkt en kalmeert het de zenuwen van de hersenen, maar ook de zenuwwerking van alle organen. Deze olie is voor uitwendig gebruik en 1x smeren zal niet genoeg zijn. Je hebt er dus al gauw flink wat van nodig en aangezien ze aan de prijzige kant is, kun je ze ook zelf maken. Er wordt ook gezegd dat de zonnekracht op onze breedtegraad niet sterk genoeg is en dat je het daarom beter kunt kopen. Daar tegenover is aan te voeren dat wij als bewoners van deze breedtegraad het hiermee moeten doen want we kunnen niet allemaal aan de Middellandse Zee wonen.

 

Bloei

Zo rond St Jansdag - dat is 24 juni - op het hoogtepunt van de zomer bloeit het St Janskruid. Maar zo gauw de eerste bloempjes verschijnen begin ik al met het klaarzetten van de gekozen draagolie en elk bloempje dat zich opent gaat in de pot. Afhankelijk van de hoeveelheid hou je de bloempjes onder de olie, heb je meer dan je dacht  dan kun je er makkelijk wat nieuwe olie bij vullen of een tweede potje nemen. Heb je te weinig bloempjes of heb je geen idee hoeveel er gegeven worden begin dan met een kleine hoeveelheid olie.

 

Verse bloempjes
Na enkele weken begint de olie rood te kleuren en na zo’n drie weken na het laatste bloempje is de olie klaar voor (uitwendig) gebruik. De bloempjes eerst drogen en dan allemaal tegelijk in de olie doen werkt hier minder, verse bloempjes geven de roodste olie. Doe geen deksel op de pot maar dek af met een lapje kaasdoek om het nog aanwezige water nog te kunnen laten verdampen. Als je de bloempjes plukt kun je ook al aan je vingers zien dat rode olie een belofte is en vaak de bloempjes wegplukken bevordert de bloemvorming, want zonder bloem geen zaad en zonder zaad geen voortzetting van de soort.

 

Wow factor
Sint Janskruid is een echte medicinale plant waarvan de werking niet onderschat hoeft te worden. Ze heeft een hoge wowfactor, van wow, dat werkt echt! Gebruik je het bij (lichte) verbrandingen laat de aangedane plek wel eerst afkoelen door met koud water te deppen. Doe je het op een verse wond dan kan de olie heet worden en zo voor nog meer schade zorgen. Maar zelfs bij
(al oudere) littekenvorming is de werking nog fenomenaal.

 

Verfstof

Sint Janskruid is ook een van de kleurstof-leverende planten voor o.a. wol. Het verven met plantaardige stoffen beleeft ook weer een revival en waar er zo’n 40 jaar geleden ook veelvuldig gebruik werd gemaakt van diverse chemische beitsmiddelen om de kleuren tot ontwikkeling te brengen zie je in de tijd van nu ook alternatieven zoals bijv. sojamelk zich aandienen. En dat is een heel eigen tak van met planten bezig zijn, ook zeer interessant. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HOE BEWAREN WE GEPLUKTE WILDE PLANTEN?

 

Almere, 25 april 2023

 

April alweer en dit jaar niet eens door de warmte maar vooral door de langer geworden dagen en lichturen: de natuur barst naar buiten en treedt uit zijn knoppen. Met overmoed en zelfvertrouwen, als altijd. We zijn weer vaker buiten te vinden er is zoveel wildpluk te foerageren dat bij vele nieuwe wildplukkers de vraag zich aandient waar al die oogst toch te laten?

Je plukt gauw meer dan voor 1 maaltijd of 1 pot thee nodig is en daarbij wil je toch ook niet de dieren vergeten die een lange en voedselarme winter achter de rug hebben. Zij moeten zich gedurende het voorjaar, de zomer en de herfst sterk en gezond eten.

 

Droogoven

In je enthousiasme is een zak brandneteltoppen of paarse dovenetel gauw gevuld en wat doe je er dan thuis gekomen mee?
De beste methode is drogen. Je laat al het water verdampen en kunt op die manier de plant langer bewaren, soms meerdere jaren. Ruikt een plant niet meer fris en wordt het gedroogde blad vaal van kleur, dan is het zo’n beetje tijd je voorraad te vervangen. Hieruit volgt de conclusie dat water kan bederven. Hoe droog je dan?
Met een droogoven kan het, je hebt ze met een verschillend aantal lades die gemiddeld iets groter zijn dan een A4tje.
Ze hebben een laag verbruik wordt gezegd, dat mag ook wel want het blijft er toch gauw een uur of 9 in liggen. En als je er een wilt gebruiken waar niet al te veel plastic onderdelen in zitten ben je al snel vele honderdjes armer.

 

Opbinden

Een andere manier is ophangen in een goed te ventileren ruimte, uit de zon, maar in de wind (briesje). Afhankelijk van de hoeveelheid die je wilt drogen en de manier hoe je woont zijn er verschillende manieren. En dan is er ook nog het verschil in grootte van de plant. Die met lange stelen hang ik in kleine bosjes samengebonden aan houten stokjes die ik in de boekenkast tussen en onder de boeken steek. Of als de houten stokjes op zijn gebruik ik niet in gebruik zijnde breinaalden. Als je dan niet meer bij de boeken kunt weet je dat het hartje zomer is en de herfst zelfs in aantocht.

 

Droogdozen

Voor de kleinere plant gebruik ik zelfgemaakte droogdozen, een hele stapel zet ik boven elkaar zodat er op een klein vloeroppervlak relatief veel droogruimte is. Een droogdoos was ooit een doos waarin bij supermarkten vooral kwetsbaar fruit in wordt vervoerd en aangeleverd. Ze hebben een afmeting van 39 cm breed, 59 cm lang en 9 cm hoog.
Ze liggen heel vaak heel lang in de lege-dozen-bak omdat ze voor boodschappen niet echt handig zijn.
Uit de bodem snij ik een stuk van 29 bij 49 cm, zodat de doos toch nog stevigheid behoudt.
Over dat weggesneden stuk span ik dan horrengaas, dit wordt vastgemaakt met een tacker (een groter soort nietmachine) en klaar is je droogdoos. Ventilatie aan de bovenkant en aan de onderkant.
Ik heb wel lang nagedacht over eventuele residuen van gebruikte pesticiden die nog in de dozen zouden kunnen zitten en heb daar geen goede oplossing voor kunnen vinden. Ik laat ze eerst enkele dagen in de wind staan, gebruik nooit natte planten in deze dozen en eventueel kan er een extra papieren inlegvel in gelegd worden. Maar of je dan helemaal gevrijwaard bent? Het beste is dan nog dozen te gebruiken van biologische telers. Maar kom daar maar eens om.

 

Oogstmoment

Oogst als de plant droog is, dus niet in de vroege ochtenduren of vlak na een regenbui: er is dan meer tijd nodig om te drogen en dat gaat onder natuurlijke omstandigheden beter als de plant nog aan zijn stengel en wortel vastzit. En als je er de mogelijkheid voor hebt leg je de oogst eerst even buiten zodat meegekomen diertjes een veilig heenkomen kunnen zoeken.

 

Zinnenstrelend

Stouw de dozen ook niet te vol. Een enkele laag of iets meer als dat praktisch beter uitkomt. Bij ons staan er 19 dozen op elkaar. Meer kan ook: het plafond is de limiet.Het handigst is wel als je er nog bij kunt. Vanaf maart tot in de herfst zit er dan altijd wel iets in de dozen, er is veel verschil tussen de droogtijd van de verschillende planten. En ruiken dat het doet: de eerste 24 uur van te drogen gelegde brandnetel is alsof je in het bos woont, zinnenstrelend.

 

Labelen

En als ze dan knisperend droog zijn bewaar ik ze in grote bruinpapieren zakken omdat die altijd nog wel iets lucht doorlaten en je hebt maar 1 druppel vocht in je zak nodig om je hele voorraad te laten beschimmelen. Op de zak schrijf ik wat het is en welk jaar. En in het begin legde ik ook in de droogdoos een papiertje met erop wat het is, waar geplukt en wanneer te drogen gelegd, want een gedroogde plant kan er heel anders uitzien dan de verse. En dan moet je daar weer een plaatsje voor zien te vinden, want voor je het weet heb je vooral in het begin heel veel zakken vol. Maar dat lukt meestal wel want dat is precies wat je wilt.

 

Invriezen

Eerst drogen is ook heel handig bij het maken van zalfjes, crèmes, zepen en tincturen. Je verwerkt daarbij altijd het gedroogde kruid om precies dezelfde reden als hierboven vermeld: water kan bederven! Verder is het nog mogelijk het verwerkte kruid te verwerken en dat dan in te vriezen, zoals bijvoorbeeld pesto van versgeplukt zevenblad of vogelmuur of look-zonder-look.

Dat kan heel goed in kleine glazen potjes. Klein want je kunt het na ontdooien niet weer invriezen. De ongesneden plant in zijn geheel in vorstbestendig glas invriezen kan ook, maar niet iedereen heeft een grote vriescapaciteit. Ook kun je het verse kruid fijn snijden en samen met water in een ijsblokjesvorm invriezen, ideaal voor in soep.

 

Conserveermiddel

Laten trekken in azijn. Maarts viooltje en de bloemen van bieslook geven een prachtig roodpaarse kleur af aan de azijn en de azijn zelf is een prima conserveermiddel. Pas het vooral aan aan je eigen omstandigheden en blijf vertrouwen op je zintuigen. Ruikt het nog goed, ziet het er nog goed uit, gebruik het dan gerust. Als laatste bewaarmiddel kun je het teruggeven aan de natuur: zo maak je de kringloop weer rond!

 

Hieronder links de opgestapelde droogdozen                    en             rechts het vastgeniete gaaswerk onder de doos


WILDE AANRADER

 

Welkom wildhartige luistervinken…

 

Almere, 19 maart 2023

 

Zo begint het voorproefje van de Wilde Wieven Podcast van Lieve Galle, een Belgische herboriste. Eentje waar je al heel snel heel nieuwsgierig naar wordt. Kijk op www.kruidencursus.com en daar vind je alles over Lieve zelf en alles over wat ze doet.

 

De podcast begint rond het begin van de lente in 2023. Haar boodschap is zo nodig in een tijd waarin de meeste mensen sneller een logo van een bedrijf herkennen dan een plant die ze voor de voeten komt. De maatschappij van vandaag polariseert in rap tempo, op allerlei gebied. De wetenschap die ons voorgeschoteld wordt is een wetenschap van het weten en niet van het delen van kennis, het bijsturen en het voortdurend opnieuw bevragen. Eenmaal beslissing van de wetenschap genoemd mag er geen kritiek op komen of zelfs maar vragen over gesteld. De wetenschap van nu stuurt 1 kant op. Maar is wetenschap niet per definitie niet vaststaand? Alles wat ontdekt, geweten wordt dient onmiddellijk weer bevraagd te worden. Wetenschap mag niet eenkennig zijn.

 

Kruiden, wilde planten en de oeroude overgeleverde kennis hierover is niet eenkennig. Hier is het niet dat een plant er alleen voor dit of dat is. Verschillende inhoudsstoffen overlappen elkaar in verschillende planten: zo zijn dezelfde toepassingen mogelijk met verschillende planten. En de tijd waarin wilde planten een geïntegreerd onderdeel vormden van ons dagelijks leef- en eetpatroon ligt al ver achter ons: we gaan nu naar de supermarkt. De verbinding met de natuur is weg en we vertrouwen op de kennis van de overheid en de inkopers bij de voedselfabrieken. En waar is de magie, de wereld tussen misschien dit of misschien dat, de wereld die niet altijd zichtbaar is, de wereld die mogelijkheden biedt, die communicatie mogelijk maakt?

 

Lieve geeft het je allemaal in deze nieuwe podcastserie. Haar manier van vertellen, haar uitspraak en haar kennis geven je een onovertrefbare beleving met heel veel tussenwerelden.

 

Mareike Vendel


Vogelmuur

Stellaria media

 

Almere, 4 november 2022

 

Een kleine kruiper met nogal wat kwaliteiten. Je ziet het vaak terug bij de zogenaamde tonische planten, de meer groente-achtige planten. Ze komen in overvloed bijna overal voor.

De meeste mensen gruwen ervan en willen ze het liefst uit de keurig onderhouden gazons weren en verwijderen.  

 

Tonische planten bevatten vaak weinig medicinale stoffen, geven weinig of geen geur af en alom noemt men het onkruid; we slaan massaal aan het uittrekken en verdelgen. Maar het zijn juist deze planten die je gedurende langere tijd en in grotere hoeveelheden gebruikt, als een soort voedingssupplement. Vol micro-nutriënten (zoals vitaminen, mineralen, sporenelementen) zijn ze een waardevolle aanvulling op onze maaltijden, mits ze op regelmatige basis worden toegepast.

 

Maak hier niet de vergissing de plant 1 op 1 te willen inruilen voor een pil vanwege aanwezige eigenschappen. Hier gaat het minder om genezing en meer om aanvulling van het dagelijks dieet. Andere tonische planten zijn bijvoorbeeld brandnetel, paardenbloem, weegbree, kleefkruid. Vogels, kippen en ganzen eten ook graag vogelmuur en er zijn verschillende namen in omloop zoals muur, kippenmuur, vogelkruid, moer. 

 

Het is een veilig kruid, maar overdrijf niet, want dan zou je de milde werking weer niet erkennen. Het plantje zaait zichzelf makkelijk uit. Muur bevat veel water, het verlept dus snel. Eet het het liefst vers, maar drogen kan ook. Leg het los van elkaar op een handdoek of een stuk pakpapier. Knip vlak voor gebruik zo’n 1/3 of 1/4 van de bovengrondse plant af, bloeiend of niet. 
Liever niet trekken, de worteltjes komen heel snel mee. Bij knippen kan het weer aangroeien. Muur groeit het hele jaar door, heeft geen eigen groeiseizoen. Weer een teken van de overvloed.

 

Is er een look-a-like? Wolfsmelk lijkt er nog het meeste op, maar er zijn drie belangrijke verschillen. Allereerst de kleur van het eveneens kleine bloempje: bij muur een wit sterretje en bij wolfsmelk een geel bloempje. De stengel van wolfsmelk bevat een giftig wit sap en op de stengel van muur bevindt zich een enkele rij haartjes in dezelfde richting ( in het Engels taalgebied spreekt men van een “mohawk”, te vergelijken met het Nederlandse “hanenkam”). 

 

Een heerlijke voorjaarskuur die je gerust regelmatiger kunt toepassen is het volgende recept: 

Neem 2 handenvol fijngeknipt kruid en giet er 1 liter gekookt (net van de kook af) water op. Laat ’s nachts trekken en zeef het de volgende ochtend af. Je kunt er eventueel wat citroensap bij doen. Bewaar het in of buiten de koelkast en drink het verspreid over 2 dagen op. Met dank aan Anntje Peeters (auteur van 4 boeken over kruidengebruik en voeding) voor het recept.

 

 


De brandnetel

 

Almere, 7 september 2022

 

Tussen de twee en drie kilo… Dat is gemiddeld het jaarverbruik van gedroogde brandnetel bij ons thuis.  Dat klinkt niet als veel, maar je hebt natuurlijk het verschil in gewicht en volume. We kunnen daar 4 grote 25 kg graanzakken mee vullen. (Het witte rondje links aan de onderkant van de zak is een waxinelichtje.) 

 

Met brandnetel kun je veel kanten op: je kunt het als vast onderdeel van een voor de rest wisselende gemengde kruidenthee gebruiken, je kunt er zalf, zeep, tinctuur mee maken en met het groene zaad, oogstbaar zo eind van de zomer, kun je nog een extra portie waardevolle micronutriënten toevoegen aan je muesli, een salade of zo over een stamppot uitgestrooid. Ook vind je brandnetel terug in bier en kaas. Als textiel (neteldoek) bewijst het al duizenden jaren een goede dienst en als meststof voor in de tuin is het bijna onovertroffen: het reinigt de bodem en voegt belangrijke stoffen weer toe. 

 

Alles is bruikbaar voor de mens: het blad, de bloempjes, het zaad, de steel en de wortel en het aanbod zo genereus en de plant zo waardevol, dat je je toch kunt afvragen waarom het zo moet “branden”. “Urtificatie”, dit branden door brandnetels, lijkt wel te zeggen ‘raak me niet aan of het zal je bezuren’ en het is ook precies dit ‘mierenzuur’ dat de brand veroorzaakt en een lichte uitslag op de huid geeft. In voorbije tijden werd dit ook zo benut. Romeinse soldaten die weer warm wilden worden gingen bijna ontkleed tussen de brandnetels liggen. Er zit ook histamine, serotonine en acetylcholine in.

 

Soms is wat ongemak de prijs die je moet betalen voor een therapeutische werking. Dit ‘branden’ stimuleert namelijk de bloedsomloop en kan zelfs werken als pijnstilling. Pijn en het voorkomen en bestrijden ervan is cultuur en religie bepaald. De pijnstillers die op zo grote schaal vrijelijk in de supermarkt kunnen worden gekocht zijn een enorm verschil met hoe men in vroeger tijden met pijn om ging. De voorraad wordt het best geplukt in de maand april en dan vooral de toppen: zo kan de plant verder groeien voor o.a. vlinders en lieveheersbeestjes.

 

Brandnetel is tevens een belangrijke waardplant. En vrees niet dat de thee (of de zalf of de soep) nog zal prikken bij het gebruik. Zodra de brandnetel wordt verwarmd verdwijnt het zuur en daarmee de brand.